Valhalla Rising

Rating: ★½☆☆
Denemarken, Verenigd Koninkrijk; 2009
Regisseur: Nicolas Winding Refn
Schrijvers: Roy Jacobsen, Nicolas Winding Refn
Producenten: Johnny Andersen, Henrik Danstrup, Bo Ehrhardt
Cast: Mads Mikkelsen, Maarten Stevenson, Ewen Stewart, Gary Lewis

Regisseur Nicolas Winding Refns spirituele Valhalla Rising kiest de Terence Malick-benadering voor een Mel Gibson-film. Tenminste, zo voelde ik dat tijdens het kijken van deze matige productie. Bloederige tafarelen met gewelddadige vikings worden afgewisseld met droombeelden van mist, bergen en wolken. Als Paul W.S. Anderson (die van Mortal Kombat en Resident Evil) dit had gemaakt was er geen discussie over geweest. Maar omdat dit de regisseur van Pusher, Bronson en Drive betreft, wordt op veel plekken ook zijn lef geprezen. Terecht misschien, maar geen reden om de film meer te gaan waarderen.

Mads Mikkelsen (Casino Royale, Jagten) is One Eye, een gevangen krijger met toekomstvisioenen. Praten kan (of wil) hij niet. Hij vecht voor het vermaak van anderen. Zoals zijn naam – gegeven door een jongetje (Maarten Stevenson) waar hij later mee optrekt – doet vermoeden mist hij een oog. Na enkele brute vechtscènes ontsnapt hij. Het jongetje sluit zich bij hem aan. Uiteindelijk eindigen ze met christelijke Vikingen op een boot naar het Heilige Land. Zijn visioenen voorspellen weinig goeds.

Het verhaal wordt in zes hoofdstukken verteld. Deze hoofdstukken krijgen titels mee: “Wrath”, “Silent Warrior”, “Men of God”, “The Holy Land”, “Hell” en “The Sacrifice”. De hoofdstukken zouden allemaal zo kort kunnen zijn als de naam doet vermoeden, maar Refn smeert de film uit over anderhalf uur. In die periodes krijgen we close-ups van de belangrijkste karakters, visioenen waarin niks gebeurt (dezelfde persoon verschijnt steeds in de kleur rood), versnelde beelden van wolken boven bergen en vooral mist. Heel veel mist. Het religieuze thema is duidelijk aanwezig, maar voegt helemaal niets toe. Niet aan de film, niet aan ideeën van het publiek.

Mikkelsen oogt interessant in zijn woordloze hoofdrol. Fysiek staat hij zeker zijn mannetje. Maar het is niet zo dat zijn blik ons een inkijkje geeft in zijn ziel, dat we begrijpen wie of wat hij is, en waarom. Natuurlijk snappen we wat Refn (en co-schrijver Roy Jacobsen) bedoelen; het ligt er dik genoeg bovenop. Mikkelsens rol lijkt knapper dan die in werkelijkheid is. Andere acteurs hebben weinig om mee te werken. Ze mogen wat zinnetjes zeggen en vinden dan meestal de dood.

Het contrast tussen gruwelijke beelden (een schedel wordt ingeslagen, ingewanden worden met de hand naar buiten getrokken) en bezinningsmomenten is erg groot. Een deel van het publiek wordt afgeschrikt door het geweld, een ander deel door het tergend langzame tempo. Ik behoor tot die laatste groep, vooral omdat het uiteindelijk allemaal nergens toe leidt. Het is de te vergeven misser in een verder prima oeuvre van de regisseur.

This entry was posted in 1,5 sterren, 2009, V and tagged , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>