Tirza

Rating: ★★★½
Nederland; 2010
Regisseur: Rudolf van den Berg
Schrijver: Rudolf van den Berg (gebaseerd op het boek van Arnon Grunberg)
Producenten: San Fu Maltha, Jeroen Koolbergen
Cast: Gijs Scholten van Aschat, Sylvia Hoeks, Johanna ter Steege, Abbey Hoes, Titia Hoogendoorn, Keitumetse Matlabo

Tirza, de openingsfilm van het Nederlands Film Festival, is zowel als film op zich en als boekverfilming zeker geslaagd. De film, gebaseerd op het gelijknamige boek van Arnon Grunberg, boeit vanaf het eerste moment dat we Jörgen Hofmeester (Gijs Scholten van Aschat) en zijn dochter Tirza (Sylvia Hoeks) ontmoeten. Enkele seconden lijkt de relatie een normale tussen vader en dochter en dan vraagt zij: “Wanneer word ik ontmaagd?” De toon is gezet. Steeds meer wordt duidelijk dat de relaties, en dan met name tussen de hoofdrolspelers, alles behalve gewoon zijn.

De film schakelt tussen de zoektocht van Hofmeester naar Tirza in Namibië, waar ze maar niet reageerde op zijn voicemails en e-mails, en fragmenten uit zijn leven met Tirza, haar zus Ibi (Abbey Hoes) en hun moeder (Johanna ter Steege). Waar het boek het belangrijkste verhaal – op enkele herinneringen van Hofmeester na – gewoon op chronologische volgorde vertelt, gebruikt de film de scènes in Nederland als gedachten van Hofmeester of als weerspiegeling van zijn gedrag in Namibië. Deze structuur blijkt bijzonder goed te werken.

We leren in de flashbacks meer over de bijzondere relatie die Hofmeester met Tirza heeft – een onbehaaglijk gevoel maakt zich bij sommige van deze momenten van ons meester – en in korte (vaak seksueel getinte) fragmenten geven ook de aparte relaties tussen Hofmeester met zus en moeder van Tirza, en anderen, ons niet het idee dat we naar een normaal gezin kijken. In Namibië komt dit terug wanneer Hofmeester “vrienden” wordt met Kaisa (Keitumetse Matlabo), een 9-jarig meisje uit de sloppenwijk dat zich introduceert met: “You want company, sir?”

Belangrijk is om Tirza in eerste instantie te zien als een drama over de vader, niet als een mysterie of thriller over de verdwenen dochter. Gijs Scholten van Aschat heeft de zware taak om ons enigszins in het brein van Hofmeester te laten kijken – het boek is vanuit de ik-persoon geschreven – om de film als drama te laten slagen. Dit lukt buitengewoon goed, en in een Amerikaanse film zou hij er ongetwijfeld een bekende prijs (of nominatie) aan over houden. Hij betrekt ons in zijn wanhopige zoektocht en hij zorgt ervoor dat, ondanks dat we niet weten wat we van hemzelf moeten denken, we wel het beste voor de meisjes Tirza en Kaisa, als tijdelijke surrogaat-dochter, willen.

Regisseur Rudolf van den Berg heeft veel van de belangrijke verhaalaspecten uit Arnon Grunberg’s boek weten te gebruiken, en vervolgens film als medium optimaal benut. De manier waarop scènes uit heden en verleden in elkaar schuiven is intrigerend en geeft zo nu en dan een eigen visie van de regisseur weer. Daarbij zijn de beelden van Namibië, geschoten door de Hongaarse Gábor Szabó, schitterend. De muziek van Bob Zimmerman (dit is uiteraard de echte naam van Bob Dylan, maar dat zal vast toeval zijn) ondersteunt op de juiste manier, maar is niet te aanwezig. De openingsfilm van het Nederlandse Film Festival 2010 belooft zo in ieder geval erg veel goeds.

This entry was posted in 2010, 3,5 sterren, T and tagged , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>